De Techniek

Op deze pagina gaat een uitleg van Conti over de Techniek, de exacte natuurkundige en mechanische fundamenten van de afstoot.

De Zes Basisstoten van de Techniek

Conti definieert techniek als het geheel van stoten waarmee alle fasen van het moderne spel worden beheerst. Een speler beschikt pas over een “goede techniek” wanneer hij alle zes fundamentele stoten beheerst:

  1. De normale trekstoot (30 tot 40 cm).
  2. De korte trekstoot.
  3. De kleine stoot / bril-positie.
  4. Het plaatsen.
  5. De doorschieter.
  6. De bandstoot.

Deze stoten staan grotendeels los van elkaar; een speler kan bijvoorbeeld uitblinken in bandstoten, maar falen bij de “bril”.

Bij de behandeling van de trekstoot legt Conti uit dat een bal die onder het midden wordt geraakt een tegengestelde rotatie krijgt. Door de wrijving op het laken neemt deze rotatie af, maar als de speelbal een andere bal raakt voordat de rotatie uitdooft, loopt hij terug. Conti bekritiseert de opvatting van amateurs dat een trekstoot zo snel mogelijk moet teruglopen door een korte, felle polsslag of een ruk met de onderarm. Deze korte, snelle afstoot wijst hij voor het serie biljart resoluut af.

Het Principe van Doordringen

De voornaamste reden om de korte, felle polsstoot af te keuren, is dat deze te weinig in de bal “doordringt”. Dit doordringen met de keu is de absolute voorwaarde voor betrouwbaarheid in het serie biljart.

  • Voorkomen van misstoten: Wanneer een stoot te kort en hard wordt uitgevoerd, ontstaat er een direct risico op misstoten (ketsen).
  • Aanpassing: De mate van doordringen moet worden aangepast aan de specifieke kracht die men aan de ballen wil meegeven.

De Kunst van het Amorti

Het concept Amorti heeft als doel om de speelbal (B1) na de carambole bij de derde bal (B3) te laten “doodvallen”, zodat zij samen een opvangcirkel vormen waarin de tweede bal (B2) kan worden opgevangen. Conti onderscheidt twee vormen van Amorti:

  1. Benaderende demping: Wordt gebruikt bij normale trekstoten (30–40 cm) om relatief dicht bij B3 te blijven.
  2. Volledige demping: Essentieel bij korte trekstoten en bepaalde bandstoten. Hierbij vormen B1 en B3 niet alleen een opvangcirkel, maar bouwen ze een actieve blokkade op om maskers te voorkomen.

Conti verwerpt de methode om Amorti te zoeken door het raakpunt op B1 voortdurend te variëren, omdat dit oncontroleerbaar is. In plaats daarvan stelt hij zijn ijzeren wet op:

Een levenloze bal ontstaat alleen door een levenloze stoot”.
Een “levenloze stoot” is doordringend, vloeiend en wordt gekenmerkt door een zekere vertraging.

Daarnaast stelt Conti dat Amorti vereist dat de tweede bal (B2) bijna vol wordt geraakt. Doordat B1 de tweede bal vol treft, draagt B1 zijn dynamische energie over aan B2, waardoor B1 krachtig wordt afgeremd.

Hieruit volgt de stelregel: “Het Amorti vereist altijd dat men B2 bijna vol neemt”.

Krachtbeheersing en Gevoel

Tempo is de exact afgemeten, gepaste kracht die aan de ballen wordt meegegeven. Conti bestrijdt dat tempogevoel een puur aangeboren spierkwaliteit is. Spelers die tempo missen, kennen simpelweg de stootvorm niet die gunstig is voor tempobeheersing.

Conti illustreert de juiste techniek met de vergelijking van een kinderspel: het gooien van een steentje zo dicht mogelijk bij een lijn:

  • Je gooit niet vanuit de pols en maakt geen korte, snelle onderarmbeweging.
  • Je gebruikt een verlengde, vloeiende beweging die het steentje als het ware naar het doel draagt.
  • Is het steentje te kort, dan “verleng” (doordring) je de beweging nog meer.

Op het biljart bereikt men het juiste tempo op precies dezelfde manier: door de stoot te verlengen en meer of minder te laten doordringen, in plaats van te vertrouwen op korte, oncontroleerbare spierstoten.

Het ‘Vonnis’ over de Korte Rukstoot

Aan het einde van dit gedeelte velt Conti een formeel “vonnis” over de korte rukstoot:

Omdat de korte, felle rukstoot verantwoordelijk is voor misstoten (ketsen), elk Amorti uitsluit en het Tempo negatief beïnvloedt, wordt de korte rukstoot definitief uit het serie biljart verbannen.

Conti verleent de rukstoot alleen uitstelsel van executie voor zeer specifieke nabijheidsballen en kunststoten, waar hij een uitzonderlijke nuttigheid bezit.