Rechtlijnig: De achterhand heeft als voornaamste taak om een zuiver rechtlijnige beweging, afstoot met de keu te maken.
Ontspannen: Ontspannen en soepel, zonder krampachtige spanning.
Stabiliteit: De speler moet een comfortabel gevoel en perfecte stabiliteit ervaren, laat de keu het werk doen.
Richten: De basis richting zoeken, in de lijn van je stoot gaat staan doe je door met je achterhand te richten, vanuit de heup.
Energie: Bepalen van de het tempo (snelheid van beweging) en massa (waar hou je je keu vast) die wordt meegegeven.
Beweging
Pendel: Pendelbeweging (als de klepel van een klok) ontstaat door de onderarm heen en weer te bewegen vlak langs het lichaam..
Hoek: Tijdens de pendel/afstoot is onderarm in een hoek van ongeveer 90° met de bovenarm, precies op het punt dat de pomerans de speelbal raakt.
Isolatie van de beweging: Bij de afstoot mag uitsluitend het ellebooggewricht bewegen; de rest van het lichaam blijft stil.
Uitlijning en grip op de keu
Verticale uitlijning: De achterhand, de bovenarm, de ogen (of dominante oog en de wreef van de rechtervoet moeten zich exact in hetzelfde verticale vlak bevinden. De rechterelleboog hangt loodrecht boven de keu, en de pols en onderarm vormen één rechte lijn met de bovenarm zonder naar binnen of buiten te draaien.
Ontspannen grip: De keu rust op de gebogen vingers van de achterhand, tussen duim en wijsvinger en de overige drie vingers losjes onder de keu. De keu dient losjes vast te worden gehouden, zoals je een vogeltje zou vasthouden.
Pols of handgewricht: Recht, zoals je een tas zou vasthouden, niemand draagt een tas met verdraaid handgewricht of een schuine onderarm.
Scharnieren van de pols
Wanneer: ALLEEN om een stoot van hoge kwaliteit te maken, indien maximaal effect echt nodig is.
Speelruimte in de achterhand: Om een stoot van hoge kwaliteit te maken, moet de pols kunnen scharnieren. Dit wordt gerealiseerd door ongeveer 1 cm speelruimte in de achterhand te laten.
Handpalmcontact vermijden: Deze opening voorkomt dat de handpalm tijdens de stootbeweging tegen de keu drukt, wat de kwaliteit van de afstoot zou verminderen. Pas na het volledige doorhalen (aan het einde van de stoot) komt de handpalm op natuurlijke wijze tegen de keu.
Maximaliseren van het effect: Het bewaren van deze opening in de grip stelt de speler in staat om het maximale en juiste effect aan de bal mee te geven.
Aangrijpingspunt op de keu
Afhankelijk van de stootlengte: De positie waar de achterhand de keu vasthoudt, varieert met de lengte van de te maken stoot en de energie die moet worden overgebracht.
Positieverschuiving: Bij korte stoten schuift de achterhand iets naar voren op de keu; bij lange stoten wordt de achterhand juist verder naar achteren geplaatst.
Veelvoorkomende fouten
Knijpen of klemmen: Knijpen in de keu leidt tot een gespannen pols. Hierdoor wordt een soepele, ontspannen en kwalitatieve afstoot geblokkeerd.
Duim bovenop de keu plaatsen: Dit is een foutieve houding omdat het de bewegingsvrijheid van de pols te veel blokkeert.
Onbewust afwijken: De achterhand mag tijdens de stootbeweging in geen enkele richting onbewust afwijken van de rechte lijn.
Tips
Te ver naar achter: Geeft ‘opwaartse’ beweging, gevaar op ketsen. Kan ook de baan van de speelbal, na botsing met bal twee, verlengen, de speelbal zal wat meer gaan schuiven Tevens meer massa/gewicht, de speelbal zal dus een grotere afstand afleggen.
Vaste achterhand / knijpen: Zal de baan van de speelbal, de hoek, na botsing met bal twee, verkorten.
Te ver naar voor: Geeft ‘neerwaartse’ beweging, bij een diepe trekstoot is er de kans op ketsen. Kan ook de baan van de speelbal, de hoek, na botsing met bal twee, verkorten. Omdat er minder massa/gewicht is van de keu zal de speelbal zal dus een kortere afstand afleggen.
Losjes vasthouden: Ontspanning, geeft kwaliteit, meer actie van de speelbal.
Scharnieren van de pols: ALLEEN om een stoot van hoge kwaliteit te maken, indien maximaal effect nodig is.