Eerste Kennismaking
In de sectie Eerste Kennismaking, legt Roger Conti in de vorm van een dialoog tussen een Leraar en een Leerling de fundamenten, de psychologie en de essentie van het biljartspel uit.
De Psychologische Evolutie van de Biljarter
De Leraar schetst de psychologische ontwikkeling die elke biljarter doormaakt wanneer hij de stap zet van recreant naar serieus speler:
- Eerste fase (Ontspanning): Het biljartspel begint als een aangename tijdverdrijf en ontspanning.
- Tweede fase (Fascinatie): Zodra de speler vorderingen maakt, ontdekt hij met verrukking onverwachte, boeiende en aantrekkelijke facetten in het spel.
- Derde fase (Obsessie & Passie): Het spel grijpt de speler volledig; het verandert in een gebiedende passie. De speler kijkt nu anders naar de wereld: driebandspelers — wier trefzekerheid hij vroeger bewonderde — worden nu gezien als spelers van mindere waarde, terwijl zij de seriespeler op hun beurt als een “bezetene” beschouwen.
- Vierde fase (Wedstrijdspanning & Illusie): De vrolijkheid verdwijnt en maakt plaats voor een ziekelijke beklemming naarmate het eerste toernooi nadert. De speler droomt ’s nachts van pech en verloren eindpartijen. Vlak voor de wedstrijd voelt hij zich echter weer vol vertrouwen: zijn hoofd is helder, zijn stoot is terug en de punten rijgen zich harmonieus aan elkaar.
- Vijfde fase (De Ontnuchtering): Veertien dagen later is het toernooi voorbij en eindigt de speler als laatste.

De Verslavende Magie van het Biljart
Ondanks de grote teleurstelling van de laatste plaats, stelt de Leraar dat de speler de maand daarop gewoon weer aan de start zal verschijnen, omdat het biljartspel degenen die er zich diep in verdiepen niet meer loslaat.
Om de onweerstaanbare aantrekkingskracht van het spel te illustreren, citeert de Leraar een succesvol amateur en belangrijk schrijver die kort voor zijn dood zei:
«Ik heb twintig van mijn beste jaren bij het biljart vergooid. Als ik opnieuw moest kiezen, zou ik zo weer beginnen.»
De Twee Wegen in het Biljartspel
De Leraar stelt dat er voor iedere speler twee wegen openstaan:
- De karikatuur van het biljarten: Vrijblijvend met vrienden spelen en op goed geluk de ballen zonder overleg of doel over de tafel schuiven. Dit is slechts een gezellig gesprek aan de tafel, niets meer.
- Het werkelijke biljartspel: De enige echte weg, die sport en kunst in zuivere verbinding is. Deze weg eist behendigheid, oogmaat, zelfbeheersing, strenge discipline, een ijzeren wil en voortdurende training van zowel hoofd als spieren. Bovendien vraagt het gevoel voor de esthetiek van de beweging en voor de harmonieuze opbouw van de serie.
Conclusie
De Leraar waarschuwt dat de weg naar het echte biljartspel gepaard gaat met onvermijdelijke mislukkingen en pijnlijke teleurstellingen, maar dat daar een diepe, onvergelijkbare innerlijke vreugde tegenover staat. Wanneer de Leerling bevestigt dat hij bereid is deze weg in te slaan, sluit de Leraar af met de iconische woorden:
«Krijt uw keu – en laten we aan het werk gaan.»
