Wat voor functie heeft de voorhand?
Het is een (licht) steunpunt, voor stabiliteit en balans van de lichaamshouding
Het geven van een goede geleiding aan de keu.
Het op elke gewenste plek raken van de speelbal.
Typen voorhanden:
1. Platte/lage voorhand
2. Hoge voorhand
3. Open voorhand
4. Voorhand op de rand van het biljart
5. Tafelhandstand

| Type voorhanden | Te gebruiken bij |
|---|---|
| Ineen getrokken platte voorhand | Grote trekstoot, waarbij bal 1 dicht bij bal 2 ligt en bal 1 een grote afstand moet afleggen. |
| Platte voorhand met pink vooruit | Idem, alleen bal 1 hoeft nu minder ver terug te komen. |
| Platte voorhand met 2 vingers vooruit | Idem, bal 2 moet nu echter een relatief grote afstand afleggen, bal 1 minder. |
| Platte voorhand met 3 vingers vooruit | De ‘standaard’ voorhand bij een trekstoot, een wat grotere afstand tussen bal 1 en 2, waarbij beide een behoorlijke afstand moeten afleggen. |
| Hoge voorhand, middelvinger onder duim en wijsvingen | Voor Amorti, doorschieten met weinig loop in bal 1, een normale rondspeel bal of “gewoon” open spel |
| Open voorhand, over de duim | Finesse stoot, zachte één band, losbandje of klein puntje |
| Geplooide hoge voorhand | Doorschietstoot waarbij bal 1 veel loop moet hebben |
| Tafelhandstand | Zware massée, met veel krulling |
| Omgekeerde tafelhandstand | Bij piqué omdat men dan zo weinig mogelijk afwijkt |
| Omgekeerde tafelhandstand met alleen pink vooruit | Normale massée, meest gebruikte |
| Voorhand op de band | Speelbal ligt dicht bij de band en is er geen ander alternatief |
| Pikkel | De ouderwetse handstand voor massée en piqué |
Veel voorkomende fouten:
Het wegtrekken van de voorhand, ook het optillen daarvan, na de afstoot.
Te gespannen, krampachtig neerzetten. Dit is slecht voor een soepele afstoot.
Bij een platte voorhand ligt de duim niet tegen of op de wijsvinger of ordt tijdens de afstoot iets opgelicht.
Bij een platte voorhand ligt de middelvinger niet plat op het biljart.
Te veel speling in het gemaakte rondje tussen duim en wijsvinger, hierdoor raak je niet waar je op richt.
Een te lange voorhand kan leiden tot een afwijking in de afstoot met als gevolg ketsen.
Ondersteuning, hoogte en afstand:
Bij de voorhand wordt de hoogte geregeld door de middelvinger. De duim en wijsvinger moeten altijd goed ondersteund worden om te voorkomen dat de voorhand te los wordt. Als de bal ver op de tafel ligt en/of je moet strekken kan je ook over de duim spelen, minder spanning. De afstand tot de speelbal is erg afhankelijk van het stootbeeld, maar meestal varieert de afstand van 5 tot 15 cm.

