Tempo 2

Puntentelling

Als de speelbal in zone A tot stilstand komt, telt de poging voor 4 punten.
In zone B krijgt de speler 2 punten.

Daarbij moet de speelbal minstens een halve baldiameter binnen het veld liggen.
Raakt de speelbal de lange band, of loopt de speelbal aan de zijkant voorbij de eindzone, dan krijgt de speler 1 punt aftrek.

Opdracht

Net als bij de voorgaande oefening moet B1 in de aangegeven zone tot stilstand komen, waarbij zone A beter is dan zone B.

  • In de eerste positie moet B1 via twee korte banden de doelzone bereiken.
  • In de posities 2 en 4 kan de doelzone via de bovenste of onderste korte band worden bereikt.
  • In positie 3 moet B1 drie korte banden hebben geraakt.

Uitvoering

3 pogingen bij 4 verschillende eindzones.

Doel van de oefening

De leerling leert de dosering van het tempo, ook bij een hogere stootsterkte.

Onzuiverheden in de stoottechniek worden bij deze oefening snel zichtbaar in de vorm van onbedoeld zijeffect.