Biljarthouding
Ideale houding aan een biljart is als volgt:
- De uitleg gaat vanaf het hoofd tot aan de voeten.
- Het hoofd dient recht boven de keu te zijn d.w.z. dat de neus in één lijn is met de keu.
- Het bovenlichaam wordt voorover gebogen, zodat het hoofd ongeveer 40 a 50 cm boven de keu is.
- Zeer belangrijk is echter dat de elleboog van de achterste arm binnen de keulengte blijft.
- Zelfs loodrecht boven de keu is al te ver.
- De benen worden zodanig gespreid, dat de gewichtsverdeling ongeveer 50-50 is en de voeten plaatst men niet op één lijn achter elkaar,
- De achterste voet staat voor een rechtshandige speler ongeveer 1 voet naar rechts ten opzichte van de voorste voet.
| De lichaamshouding verschilt per persoon, afhankelijk van lichaamsvorm en gevoel. Daarom moet een stereo type lichaamshouding die de speler beperkt, niet worden opgelegd. |

Een goede houding moet echter het volgende mogelijk maken:
- Lichaamsstabiliteit en -oriëntatie om te spelen zonder te bewegen.
- Een rechtlijnige beweging van de rechteronderarm
- Nauwkeurig richten met de bal.
Veel voorkomende fouten:
- Voeten staan wel erg dicht bij elkaar
- Beide voeten staan in lijn met de richtlijn
- De rechterhand was te ver naar achteren
- De hoek van de biljartkeu te schuin
Lichaamsstabiliteit en -oriëntatie
Deze worden bepaald door een adequate plaatsing van de voeten, de steunen, de rechtervoet in het verticale vlak waarin de staart zich bevindt (min of meer loodrecht daarop geplaatst), de linkervoet links van de as van de staart (zie onderstaande tekeningen). De afstand tussen de voeten en hun oriëntatie kunnen variëren, afhankelijk van de speler, maar ook van de slag die hij speelt (korte ballen of een harde slag).

Bij de afstoot mag enkel onze onderarm in beweging zijn. Onze bovenarm zal ook lichtjes in beweging zijn bij de afstoot maar de schouder dient stil te blijven. Bewust aandacht geven op training is noodzakelijk.